Ik schrijf

soms weer brieven. Die ik dan ofwel als bijlage bij e-mail of als echte papieren brief verstuur. Waarom? E-mail of e-post leek zo makkelijk. En goedkoop ook nog. Maar er is de klad in gekomen. Misschien omdat het te makkelijk werd. Misschien omdat mensen niet meer gewend zijn aan zinnen die langer zijn dan tien woorden. Of aan gedachten die over meer gaan dan twee dingen tegelijk. Misschien omdat whatsap en twitter etc. ook nogal kortaangebonden zijn. Zodat mensen dat korte als nieuw communicatiemodel nemen. Misschien omdat de aandacht nu eenmaal niet langer meer duurt dan een paar seconden. Misschien omdat mensen iets langere boodschappen liever in een blog stoppen of in een kollum. Zonde om die uitsluitend voor een vriend of een kennis helemaal op te gaan schrijven en daarmee niet te delen met hopelijk de halve wereld of in elk geval de facebookkennissen. Dat doe ik dus zelf ook wel. Want wat ik schrijf is enorm de moeite waard, toch?

De enkele keer dat ik het erop waag een e-mail te sturen van meer dan 6 regels, krijg ik – ook van mensen die vroeger zelf brieven schreven – te horen: dank voor je uitvoerige mail. Ja, en daarmee voel ik me meteen betrapt. Alsof ik me heb uitgesloofd, of me heb voor willen doen als iemand die soms een boek leest met een rijtje opeenvolgende gedachten erin of – nog veel erger – ik val door de mand als iemand die tijd heeft voor dit soort uitvoerige mooischrijverij. Terwijl ik ook geld had kunnen verdienen of iets belangrijks had kunnen twitteren. Ook zakelijk probeerde ik soms nog wel eens een langere mail, maar dat is helemaal hopeloos, want men leest alleen het eerste en heel misschien het tweede zinnetje van het betoog of van de voorstellen. De rest valt weg in het zwarte gat van de cloud (de ‘cloud’ is het ultieme kerkhof van alle woorden: een elektronisch ‘orgel’ vermomd als virtuele letterkast). Het wordt donkere materie en je hoeft er niet op te wachten en het heeft geen water nodig. Lange mails worden vaak helemaal niet beantwoord, ik heb er zelf trouwens ook moeite mee, want je weet niet waar je moet beginnen en niet alles is meteen te beantwoorden. Het beste kun je per puntje een aparte mail sturen. Eerste mail: kun jij volgende week donderdag om 12 uur samen met mij lunchen in Brasserie Het Vette Hapje? Tweede mail: heb je nog nagedacht over mijn voorstel? Derde mail: Heb je een fijne vakantie gehad. Vierde mail: Ik sprak Geerluidina, wist jij dat ze een facelift heeft gehad?   

Conclusie? Kom, kom. Lijkt me duidelijk: gebruik meel om pannekoeken te bakken, niet om in de cloud of in andermans ogen te strooien. Ofwel: ga weer schrijven.

Agnes Amouthi, filosoof
Mail/meel